Reactie op column 'Dierenwelzijnsmaffia'

maandag 13 augustus 2007 01:00

In de Telegraaf van zaterdag 4 augustus schreef de heer Smalhout zijn wekelijkse column 'Op het scherp van de snede'. Dit keer met de titel ‘Dierenwelzijnsmaffia’. De column gaat over dierenbeschermers die hun stem laten horen tegen het gebruik van wilde dieren in het circus. Ook Wilde Dieren de Tent Uit wordt hierin genoemd en wij nemen graag de gelegenheid om hierop te reageren. Hieronder vindt u de tekst van onze reactie aan de heer Smalhout en de tekst van zijn column.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Geachte heer Smalhout,

Met verbijstering lazen wij uw column in de Telegraaf van zaterdag 4 augustus met de titel 'Dierenwelzijnsmaffia'. U schrijft daarin over de protesten van 'dierenactivisten' tegen het gebruik van wilde dieren in circussen en betrekt daar ook het samenwerkingsverband van dierenbeschermingsorganisaties Wilde Dieren de Tent Uit bij.

Het is jammer dat u gerenommeerde dierenbeschermingsorganisaties probeert te criminaliseren door ze in verband te brengen met terreurdaden. Een ding willen wij u graag duidelijk maken. Wij hebben net zo min iets te maken met de laffe moord op Pim Fortuyn als u dat heeft en wij zijn tegen het aanrichten van vernielingen. Het geeft geen pas organisaties als Wilde Dieren de Tent Uit, die zich op democratische en fatsoenlijke wijze inzetten voor het welzijn van anderen, daarmee in verband te brengen. Als men ter verdediging van het gebruik van wilde dieren in circussen op dergelijke strategieën moet teruggrijpen, heeft men blijkbaar geen sterk inhoudelijk verhaal.

Het wijzen op ander leed is lovenswaardig, maar vormt natuurlijk nooit een rechtvaardiging voor het instandhouden van welke misstand dan ook. Dit is een drogredenering; de honger in Niger zou niet aangepakt mogen worden zolang de problemen in Soedan niet zijn opgelost? De problematiek waar u naar verwijst wordt door ons overigens wel degelijk herkend, en gelukkig eveneens door velen geagendeerd. Dat u persoonlijk prioriteiten stelt laten we aan u. Naar onze mening valt iedereen te prijzen die zich inzet voor het welzijn van anderen, mens of dier.

In wezen betitelt u met uw artikel ook diergedragsdeskundigen als zijnde ondeskundig. Buiten de circusbranche heerst zo goed als de unanieme opvatting dat wilde dieren in een mobiel bedrijf als een circus niet overeenkomstig hun welzijnsbehoeften kunnen worden gehouden. Niet voor niets is het gebruik van wilde dieren in circussen in veel landen al verboden en hebben gerenommeerde dierentuinen verenigd in de Nederlandse Vereniging van Dierentuinen (NVD) en de European Association for Zoos and Aquaria (EAZA) in hun beleid vastgelegd dat ze geen dieren weg doen naar circussen of andere dubieuze instellingen. Misschien dat u zich eens bij deze beroepsgroep kunt laten informeren om het beeld dat u geschetst is door circus Renz te nuanceren.

Ongetwijfeld doen veel circussen hun best, zullen de dieren te eten en te drinken krijgen en zullen de dompteurs op hun manier van de dieren houden. Maar daarmee is het welzijn van de dieren niet gewaarborgd. Net zo min als het welzijn van een mens is gewaarborgd als het zijn natje en droogje krijgt voorgezet en verder zijn deur niet uitkomt. De circuswereld gaat er prat op dat "hun dieren" ouder worden dan elders. Maar dit is allerminst feitelijk bewezen en zal niet de weerslag zijn van een goed leven.

In de moderne dierhouderij is zonder uitzondering het uitgangspunt om wilde dieren zo te houden dat zij hun soortspecifieke gedrag (graven, klimmen, zwemmen, nesten bouwen) en sociale leefwijze (in groepen of juist solitair) moeten kunnen uitoefenen. De Commissie Brambell (1965) formuleerde destijds de zogenaamde 5 vrijheden die hedentendage nog steeds een kader scheppen om het welzijn van een dier aan af te meten. Dierentuinen zijn wettelijk verplicht de aan hun zorg toevertrouwde dieren deze 5 vrijheden te bieden. Deze vrijheden zijn de volgende:

- vrij van honger en dorst;

- vrij van fysiek en fysiologisch ongerief;

- vrij van pijn, verwondingen en ziektes;

- vrij van angst en chronische stress, en

- vrij om hun natuurlijke (soorteigen) gedrag te vertonen.

Het behoeft weinig betoog dat de omstandigheden die een rondtrekkend bedrijf als een circus kan bieden wel heel ver af staan van deze 5 vrijheden. Dieren met een in het wild enorm territorium worden daar gehouden op een paar vierkante meter met als ondergrond asfalt of baksteen en tralies voor hun neus.

U stelt dat met gestreste dieren niet gewerkt kan worden en dat de trainingen niet gebaseerd zijn op een wrede behandeling. Wij kunnen onmogelijk alle dompteurs beschuldigen van wreed gedrag, daarvoor ontbreekt de bewijsvoering. Maar tekenend is het verhaal van de meest fameuze trainingsdynastie voor circusdieren in de jaren 80 en 90, de Chipperfield familie in Engeland. Deze familie werd altijd naar voren geschoven als een voorbeeld waar de liefdes- en vertrouwensband tussen dier en dompteur tot uitdrukking kwam. Maar na een onderzoek van een Britse dierenbeschermingsorganisatie bleek daar een heel andere werkelijkheid achter te zitten en werden 'Grand Lady' Mary Chipperfield en haar echtgenoot veroordeeld voor dierenmishandeling. Nooit is van de weerzinwekkende behandeling van deze dieren door iemand uit de circusbranche openlijk afstand genomen, dan wel er schande over gesproken. Dieren en dompteurs uit dit trainingscentrum hebben ook vele malen in Nederlandse circussen opgetreden. Bij circus Herman Renz zelfs nog nadat de schokkende beelden bekend werden. En Mary Chipperfield is nog steeds binnen Europa werkzaam in het trainen van circusdieren. Dit geeft heel helder aan hoe onzuiver de circusbranche hierin is. Mocht dat nog niet voldoende zijn, dan zijn er altijd nog de klokkenluiders uit de circusbranche zelf die toegeven dat geweld nog steeds veel wordt toegepast. Op verzoek sturen wij u met alle plezier wat beeldmateriaal toe.

Een vrees wil ik graag bij u wegnemen. Circus Herman Renz en de circuscultuur zullen ook zonder wilde dieren wel blijven bestaan. Het is jammer dat u het circus zo weinig creativiteit toedicht dat zij niet meer interessant zou zijn voor mensen als de acts met wilde dieren uit het repertoire geschrapt zouden worden. Vele succesvolle circussen in binnen- en buitenland hebben gelukkig bewezen dat die vrees niet terecht is. In landen waar het gebruik van wilde dieren in circussen niet meer wordt toegestaan, of door het publiek niet meer wordt geaccepteerd, zet de circuscultuur zich succesvol voort.

U schrijft dat wij nog nooit bij een circus hebben gekeken en zelfs een aanbod om een paar weken mee te reizen hebben afgeslagen. Jammer dat u dat niet even bij ons heeft geverifieerd. Natuurlijk hebben wij veelvuldig circussen bezocht. En nee, geen enkel aanbod hebben wij afgeslagen. Zo’n aanbod is ons nog nimmer gedaan. Integendeel, wij hebben de Vereniging van Nederlandse Circus Ondernemingen, waarbij circus Herman Renz is aangesloten, uitgenodigd voor een gesprek. Wij wachten nog op een reactie.

Om met de woorden van dompteur Dieck af te sluiten: "Het zijn dieren en laten we dat zo houden." Dat doe je niet door er circusartiesten van te maken.

Met vriendelijke groet,

Namens Wilde Dieren de Tent Uit

Jeroen van Kernebeek

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Telegraaf 4 augustus 2007

Column 'Op het scherp van de snede', prof. dr. B. Smalhout

Titel 'Dierenwelzijnsmaffia'

Het populaire Nederlandse circus Herman Renz wordt in zijn bestaan bedreigd door actiegroepen van dierenbeschermers. Want het circus heeft wilde dieren op het programma staan en dat is tegenwoordig helemaal fout. Hoewel ieder zinnig mens vindt dat er voor dieren goed gezorgd moet worden, beginnen de acties van de dierenbeschermers het karakter van terreur te krijgen.

Het circus Renz, dat thans in Amsterdam optreedt, heeft daar te maken met actiegroepen zoals ’Circus Leed’, ’Dierenbevrijdingsfront’ en ’Wilde dieren de tent uit’. Deze actiegroepen zijn hier nog niet tot geweld overgegaan, maar dat is niet met zekerheid uit te sluiten. De Engelse tv-journalist Graham Hall werd in 1999 door het Animal Liberation Front (ALF) ernstig mishandeld omdat hij de maffia-achtige achtergronden van die organisatie aan het licht had gebracht. Dat zal hem levenslang heugen, want de activisten hebben met witgloeiende ijzers de letters A.L.F. op zijn rug ingebrand. In België zijn een vleesverwerkend bedrijf en een McDonald’s- restaurant met behulp van brandbommen afgebrand door de actiegroep De Rode Haan.

Tradities

In Amsterdam is het gelukkig nog niet zover. Tot nu toe zijn alleen alle circusreclameborden en affiches vernield. Verder hebben ze folders uitgereikt aan het publiek en negatieve brieven geschreven aan de sponsors van het circus. Zo in de trant van: „Weet u eigenlijk wel dat het circus dat u financieel ondersteunt wilde dieren mishandelt?” Die sponsors zijn uiteraard altijd bang voor negatieve reclame en de bedoeling van de dierenactivisten is dan ook dat die sponsors zich terug trekken, waardoor het circus meteen in grote problemen komt. In feite is het een moordaanslag op een schitterend bedrijf dat eeuwenoude tradities voortzet.

De activisten stellen dat de training van de dieren gebaseerd is op een wrede behandeling, dat het verblijf in een rondreizend circus continu stress veroorzaakt, dat de verblijfsruimten te klein zijn, de omgeving te onnatuurlijk is en de dieren te weinig beweging krijgen. Geen van al die actievoerders heeft ooit de moeite genomen om eens te komen kijken. Zelfs een aanbod om een paar weken mee te reizen is door ze afgeslagen. Vermoedelijk uit vrees geconfronteerd te worden met een wereld die pijnlijk verschilt met die van hen. Circusmensen hebben namelijk geen door cao’s beperkte werkdagen. Ze hebben geen snipperdagen, geen baaldagen, geen compensatie-uren, geen wettelijk vastgelegde vakanties en geen extra honorering voor nachtwerk. Dompteurs leven met hun dieren. Ze kunnen eigenlijk nooit op vakantie en ze slapen slechts enige meters van de dierenverblijven. Dieren en mensen vormen een leefgemeenschap met wederzijdse genegenheid en respect.

De Duitse familie Dieck, die al generaties lang optreedt met leeuwen en tijgers, praat over haar dieren zoals bevlogen ouders over hun kinderen. En een dompteur die zijn roofdieren met geweld dwingt of ze pijnigt, loopt in principe levensgevaar. Want ook tijgers en leeuwen hebben een goed geheugen en een sterk gevoel voor relaties. Het is dan ook ontroerend te zien hoe de jongste telg van de familie, de dompteur Tom, 23 jaar oud en winnaar van de Bronzen Clown op het circusfestival van Monaco, na de voorstelling met zijn leeuwen knuffelt alsof het gewoon grote poezen zijn. Maar daar zit wel jaren werk en ervaring in. Van stress bij de dieren is niets te merken. Met een gestrest dier is overigens niet te werken.

Dit alles wordt beaamd door de Deense trainer Steven Pederson en zijn Engelse vrouw Angela, die een fantastisch circusnummer hebben met zeeleeuwen en pinguïns. Circusdieren worden gemiddeld bijna tweemaal ouder dan in de vrije natuur. Ook is het niet waar dat de roofdieren in het wild gevangen zijn. Alle zijn in dierentuinen geboren. Wat de meeste circusbezoekers óók niet weten, is dat een circus een financieel uiterst riskant bedrijf is. Alleen al de exploitatiekosten bedragen plusminus 20.000 euro per dag! En daarvoor zijn dan circa tachtig mensen praktisch dag en nacht in touw. Het inkomen van de meeste circusmensen bedraagt weinig meer dan het minimumloon. Maar ze leven voor hun vak en voor hun wereld, van tentdoek, wagens, zaagsel en de geur van hun dieren.

Vermoedelijk zou geen van die actievoerders onder die arbeidsvoorwaarden willen werken. Kennelijk beschikken de bevlogen dierenbeschermers over veel te veel vrije tijd. En dan komt de vraag: zijn er geen betere doelen voor hun activiteiten? Bijvoorbeeld de weerzinwekkende en dagen durende veetransporten door heel Europa, waarbij altijd een bepaald percentage dieren van ellende doodgaat? En wat te denken van gewone burgers die in vakantietijd hun goudvissen door het toilet spoelen, de hond aan een boom vastbinden en reptielen in een plantsoen dumpen? Is er soms niets te verbeteren in onze bio-industrie, waar meer dan 452 miljoen dieren levenslang opgesloten zitten in krap bemeten bedrijfsgebouwen en die nooit de zon zullen zien?

Leren jacks

Is er ooit een klacht gehoord over het feit dat er per jaar bij ons 18 miljoen varkens worden geslacht en 400 miljoen kippen? Hoe komt het dat de actievoerders vaak leren jacks aanhebben en lopen op leren schoenen? En is men soms vergeten dat actiegroepen als PETA alle Nederlandse bontbedrijven te gronde hebben gericht en dat de meeste vrouwen uit pure angst geen bontjasje meer durven dragen, in feite een leren jack met haar? En wat doet het Dierenbevrijdingsfront tegen de massamoord in Canada op zeehondenbaby’s (140.000 per dag in het jachtseizoen)? En tegen het op wereldschaal uitroeien van de walvissen?

Vermoedelijk is dat voor de actievoerders te ver, te moeilijk, te koud en te gevaarlijk. Het wegtreiteren van hardwerkende mensen is veel gemakkelijker en niet gevaarlijk. En het levert prestige op bij het collectief van dierenactivisten zoals Volkert van der Graaf, de moordenaar van Pim Fortuyn, die óók zo is begonnen.