Universiteit Wageningen toont dierenleed in circussen aan |
|
Circusleven ver van natuurlijke situatie - intrinsieke waarde in het gedingEén van de bevindingen van het laatstgenoemde rapport is dat het circusbestaan van dieren ver verwijderd ligt van de natuurlijke situatie: "[h]et circusbestaan van dieren ligt verder verwijderd [dan dat van dierentuinen] van de natuurlijke situatie. Circussen kunnen vaak minder soortspecifieke zorg bieden dan dierentuinen. Dieren moeten er bovendien presteren door middel van acts en dat vereist veel training. Daarom dient in circussen de nadruk te liggen op individuele zorg, een vorm van specifieke zorg die niet alleen om soortkenmerken draait, maar ook om de kenmerken van het individuele dier. De vertrouwensrelatie tussen mens en dier komt daarbij centraal te staan"1. Op de vraag of de intrinsieke waarde van wilde dieren in het geding is als zij een rol hebben in voorstellingen en uitvoeringen, zoals een circus, antwoorden zij: "[v]anuit de intrinsieke waarde bezien, heeft binnen de meeste hier besproken benaderingen voor wilde dieren een leven onder natuurlijke omstandigheden de voorkeur. Maar de concepten wild en gedomesticeerd zijn niet scherp afgebakend."1 Zij stellen om die reden dat het van een aantal punten afhangt of de intrinsieke waarde van een dier in het geding is1:
Naar aanleiding van de benoemde punten stellen zij vervolgens dat "[als] een wild circusdier gemakkelijk terug te plaatsen [is] in een meer natuurlijke omgeving, dan vereist het principe van intrinsieke waarde dat zo'n dier inderdaad wordt teruggeplaatst. Dat kan een dierentuin zijn, een wildpark en (heel misschien) de vrije natuur, afhankelijk van de soortspecifieke en individuele kenmerken van het dier." Bovendien concluderen ze dat "[i]ndien een performance-praktijk onvoldoende soortspecifieke of individuele zorg kan bieden dan hoort een dier daar evenmin in thuis. De zorg moet van zodanige kwaliteit zijn, dat ze compenseert voor een geheel of gedeeltelijk gemis aan mogelijkheden die het dier zou hebben in zijn geëigende of natuurlijke omgeving. Trainers dienen daarvoor voldoende kennis in huis te hebben."1 Onvoldoende kennis ten aanzien van dierverzorgingUit onderzoek naar het welzijn van dieren in circussen blijkt echter dat de "[v]erantwoordelijken kennis tekort [komen] ten aanzien van preventieve gezondheidszorg als vaccinaties, voet- en gebitsverzorging, ontwormen en contraceptie, ten aanzien van adequate, gebalanceerde voeding en ten aanzien van het herkennen van gedrags- en gezondheidsproblemen. Een aantal verantwoordelijken zegt diergeneesmiddelen te bezitten die niet zijn toegestaan". 2 Zelfs de basiskennis van dierverzorging ontbreekt dus bij de circussen. Welzijnsproblemen'Welzijn' definiëren de onderzoekers als volgt: "[w]elzijn is bij dieren een lastig begrip, ze kunnen het niet zelf vertellen. Als positieve maat hanteren we daarom de mate van gezondheid van het dier, gecombineerd met de mate waarin het zijn natuurlijke gedragsrepertoire kan vertonen. Stereotiep gedrag en andere gedragsafwijkingen gelden als negatieve aanwijzingen, hoewel sommig stereotiep gedrag op korte termijn voor het individu een nuttig substituut voor onuitvoerbaar natuurlijk gedrag kan zijn". 2 Een schokkende 71% van de geobserveerde dieren in circussen in Nederland vertoont klinische afwijkingen, zo blijkt uit het onderzoek.2 Deze variëren van een verlamming bij een leeuw, acute dermatitis bij paarden, een leeuw met kattenaids en vermoedelijke TBC besmetting bij een olifant. Met name de huisvesting schiet ernstig tekort. 33% van de tijgers en leeuwen beschikt nooit over een buitenverblijf en gemiddeld 98% per dag zitten leeuwen in een binnenverblijf. De binnenkooien voor de tijgers zijn schrijnend klein: gemiddeld 5 vierkante meter. Olifanten staan 17 uur per dag geketend aan een voor- en achterpoot en vertonen gemiddeld ruim 10 uur per dag afwijkend gedrag, een symptoom van chronische en ernstige stress. Het transport van de olifanten zónder drinkwater loopt op tot meer dan 22 uur. De voedingstoestand van de olifanten, tijgers en leeuwen was in 66% van de gevallen ondermaats. Na aandringen van de onderzoekers werd de verlamde leeuw na jarenlang lijden geëuthanaseerd. Onderzoekers geweigerd bij trainingEen onderdeel van het onderzoek was het observeren van de in circussen toegepaste trainingsmethoden. Toegang tot de trainingen werd de onderzoekers echter in alle gevallen geweigerd. De onderzoekers konden uit de waargenomen angst van de dieren tijdens de voorstelling echter concluderen dat training op basis van dominantie gebeurt. Tijdens de voorstelling werden dwangmiddelen waargenomen, zoals olifantenhaken (welke permanent gebruikt werden, ook buiten de voorstelling) en zwepen. Circussen negeren eigen richtlijnenDe uitkomsten van het onderzoek tonen aan dat de circusbranche niet in staat is zichzelf te reguleren. De eigen richtlijnen voor het houden van dieren worden met voeten getreden. Gemiddeld staan de olifanten slechts 3,3 uur per dag buiten, te weinig volgens de richtlijnen van de Vereniging Nederlandse Circus Ondernemingen (VNCO). Circus Herman Renz, aangesloten bij het VNCO, houdt een olifant tegen de richtlijnen in solitair. Verblijven bij de circussen zijn kleiner dan de richtlijnen aangeven. "Dit is een duidelijk signaal aan de overheid dat ingrijpen in de circusbranche noodzakelijk is. De circussen hebben ruimschoots de kans gekregen om aan te tonen dat ze het welzijn van hun dieren serieus nemen. Een verbod is het enige passende antwoord," aldus Leonie Vestering. ConclusieDe coalitie Wilde Dieren de Tent Uit ziet in het onderzoek de bevestiging dat circussen niet in staat zijn het welzijn van wilde dieren te waarborgen. Leonie Vestering: "Het onderzoek van de Animal Sciences Group in Wageningen heeft ondanks de gebrekkige medewerking van de circussen en de zeer moeilijke onderzoeksomstandigheden een scala aan misstanden naar boven gebracht. Naar aanleiding van wat er nu bekend is geworden, kan dit maar tot een conclusie leiden: er moet een landelijk verbod komen op het gebruik van wilde dieren in het circus, net als onder andere in Oostenrijk, Kroatië, Costa Rica, Brazilië en Singapore." Meer lezenWil je meer lezen over de bevindingen, conclusies en aanbevelingen uit beide onderzoeken, klik dan op één van de links hieronder. Ook de brief van minister Verburg aan de Tweede Kamer kun je hieronder vinden.
1 Prof. dr. F.W.J. Keulartz en Dr. Jac.A.A. Swart (2009). De intrinsieke waarde van dieren in performance-praktijken. Wageningen: Animal Sciences Group van Wageningen UR. Pagina's 9, 12, 13. 2 Hopster, H., Dierendonck, van, M., Brandt, van den, H. en Reenen, van, K. (2009). Wageninen: Animal Sciences Group van Wageningen UR. |








